Lief heb ik Hem want Hij hoort naar mijn stem

Inleiding:

Midden in een wereld vol nood en ellende, ver weg en heel dichtbij, willen we onze gedachten en gevoelens tot rust brengen in Jezus. Maar juist dat kan zo moeilijk zijn. Ons geloof wordt aangevochten. Om de woorden ‘Jezus alleen’ op dat houten bord in de Koningkerk hebben de vlammen van de dood gebrand. En toch... (het ‘nochtans van het geloof’): de Koningkerk is er niet meer, maar de Koning van de kerk is onoverwinnelijk!

Jezus zingt Psalm 116
Psalm 116 hoort bij de Hallel-Psalmen (113-118) die bij het Pascha werden gezongen. Jezus heeft dus Psalm 116 gezongen, vlak na de instelling van het Avondmaal, vlak voor zijn verraad in de Hof van Getsémané. ‘Banden van de dood hadden mij omvangen’: Jezus heeft het ondergaan. ‘Alle mensen zijn leugenachtig’: Jezus heeft het gemerkt toen Judas Hem verraadde en Petrus Hem verloochende. ‘Ik zal wandelen in de landen der levenden’: Jezus is de Levende, want Hij heeft de dood overwonnen! Gods Zoon komt zo al zingend heel dichtbij al Gods kinderen: Hij is de Hogepriester die kan meevoelen met onze zwakheden. En tegelijk is Hij veel sterker: Hij is de hemelen doorgegaan (Heb.4,14-16).

Liefdesmotieven
Aan de uitgezongen liefde voor de Here God (1a) liggen drie motieven ten grondslag. 1. Hij hoort mijn stem! (1b) Wat geweldig dat de Here temidden van al die stemmen en (oorlogs)- geluiden in deze wereld, míjn stem kan horen en ook werkelijk hoort. 2. Hij hoort mijn smekingen! (1b) Maar mijn smekingen en gebeden zijn vaak zo onvolmaakt, zo lauw, zo weinig. Mijn gebeden spreek ik soms gedachteloos, het zijn vaak ongerichte pijlen. Ik bid twijfelend. En toch hoort God mijn smekingen. Hij vindt ze ondanks alles waardevol. Waar wij vaak stoppen met bidden, gaat God door met zijn zegeningen. 3. Hij neigt zijn oor tot mij! (2a) De Here buigt zich voorover naar mij toe. Als een bedelaar mag ik steeds weer als ik iets nodig heb naar Hem toekomen. God wordt het nooit zat om naar mij te luisteren. De smekingen uit mijn bedelende mond zijn net zo kostbaar als de lofzangen van de engelen in de hemel.

Aanroepen en uitroepen
Wie God zo kent in Jezus Christus doet een gelofte: ‘Ik zal mijn leven lang roepen.’ Het gaat hier om het aanroepen en het uitroepen van de Naam (ook in vers 4, 13, 17). Gods naam is zo eindeloos kostbaar. ‘Zijn Naam roep ik uit alle dagen!’

Vragen: